Geschreven door: Christine Tuch op 11 mei 2020
10 min

De voedselketen moet sterker, eerlijker en duurzamer worden, maar hoe?

De coronacrisis legt de zwakheden van het voedselketen bloot: hier moet eten worden vernietigd, daar dreigt honger. De voedselketen moet sterker, eerlijker en duurzamer worden. Maar hoe?

 

Terwijl de vrieshuizen van visserijbedrijf Cornelis Vrolijk in de havens van IJmuiden en Scheveningen vol raken met haring, blauwe wijting en horsmakreel, is op de voedselmarkten in West-Afrika steeds minder vis te zien. De importeurs in Nigeria hebben door de coronacrisis onvoldoende (olie)dollars om de vis bij de Nederlandse reder af te nemen. Drie miljoen mensen aan het eind van deze voedselketen dreigen nu hun dagelijkse proteïnerijke maaltijd uit de Noordzee te missen.

 

In de Verenigde Staten raken de schappen met vlees leeg

 

Omdat de slachthuizen vanwege corona-uitbraken moesten sluiten. De varkens, kippen en koeien in de overvolle stallen moeten waarschijnlijk worden geruimd ‘terwijl ze de natie hadden kunnen voeden’, verzuchtte de topman van Tyson Foods vorige week bij de aankondiging van de sluiting van de vleesverwerkende fabrieken. ‘De voedselketen is aan het breken’, aldus de multinational uit Arkansas.

 

De covid-19-pandemie heeft in enkele weken tijd de kwetsbaarheid en ongelijkheid van het mondiale voedselsysteem blootgelegd. Op de akkers aan de ene kant van de wereld rotten de aardbeien weg omdat er geen seizoenskrachten of afzetmarkten meer zijn, aan de andere kant van de wereld dreigen tekorten omdat voedsel de landsgrenzen niet meer over komt. Voor miljoenen mensen in arme landen dreigt acute hongersnood en ook in het rijke Westen worden de rijen bij de voedselbank dagelijks langer. En dat terwijl er in de wereld ruim voldoende voedsel is.

Zwakheden

 

Het is niet de eerste keer dat de zwakheden in de voedselketen aan het licht komen. In 2008 leidden grote tekorten aan graan en rijst tot een wereldwijde voedselcrisis met politieke en sociale onrust in tal van landen tot gevolg. Exportbelemmeringen en hamstergedrag aan de ene kant van de wereld leidden tot fenomenale prijsstijgingen aan de andere kant van de wereld. Burgers in de armste landen, vooral in Afrika, die afhankelijk zijn van geïmporteerd voedsel, betaalden onderaan de voedselketen de hoogste prijs.

De belangrijkste les die de wereld uit deze voedselcrisis trok, behoedt de wereld tijdens de coronapandemie vooralsnog voor grote voedseltekorten. Protectionisme, zo weten we nu, kan catastrofaal uitpakken. De meeste landen proberen nu hun grenzen open te houden en de neiging tot hamsteren te bedwingen. Ook Afrika is zich bewust geworden van zijn kwetsbaarheid door importafhankelijkheid; in tal van landen is de landbouwproductie opgevoerd, al kan die nooit de voorspelde verdubbeling van de bevolking in 2050 bijhouden.

Ondanks de geleerde lessen, vallen sommige landen tijdens de coronacrisis terug in oude reflexen. Zo hebben Rusland en Kazachstan hun graanexporten aan banden gelegd, heeft Vietnam een rem op de export van rijst gezet, zijn Saoedi-Arabië en Egypte toch begonnen voorraden aan te leggen en is op de Balkan de export van fruit en oliën verboden. En ondanks de gezamenlijke wil de wereldhandel door te laten gaan, leiden grenscontroles tot vertragingen in de transportketen. Hierdoor lopen voedselprijzen toch weer op en zijn weer vooral de burgers in arme landen de klos.

Op de hoogte blijven van ons laatste nieuws? Like dan onze Facebook pagina!

Wake-upcall

‘Covid-19 is een wake-upcall’, schreef onder meer de denktank IPES Food (International Panel of Experts of Sustainable Food Systems). Die enkele jaren geleden werd opgericht door Olivier de Schutter, voormalig rapporteur voor het Recht op Voedsel van de Verenigde Naties. ‘De zwakheden in het mondiale voedselsysteem die nu aan het licht komen en door de klimaatverandering de komende jaren alleen maar zullen worden versterkt. Bieden juist ook de kans om tot een duurzamer en rechtvaardiger systeem te komen’, zo schrijven de experts. Maar hoe?

Dat de voedselketen sterker moet worden, en eerlijker, en duurzamer, daar is iedereen het over eens. Over de oplossingen lopen de meningen uiteen. Al wijzen velen naar de grootschalige commerciële landbouw als bron van al het kwaad. Om de boodschappen in onze supermarkten zo goedkoop te houden. Verdienen landarbeiders aan de andere kant van de wereld immers een hongerloontje en verwaarlozen ze hun eigen zelfvoorzienende akkertjes. Nu in die landen miljoenen burgers hun inkomen als dagloner kwijt zijn als gevolg van de lockdowns, dreigt voor hen honger.

‘Corona legt de ongelijkheid in ons voedselsysteem bloot’, zegt landbouweconoom Roel Jongeneel van de Universiteit Wageningen. ‘Burgers in deze landen zijn veel kwetsbaarder voor prijsschommelingen, omdat ze veel meer aan voedsel besteden dan wij. Gemiddeld 40 tot 60 procent van hun inkomen. In het Westen besteden wij nog maar gemiddeld 11 procent van ons inkomen aan voedsel. Als ons brood een paar cent duurder wordt, dan merken we het nauwelijks.’

 

‘Als één grote toevoerketen alles bepaalt, dan barst het hele voedselsysteem. Alle horrorverhalen over boeren die melk weggooien en voedsel dat wordt vernietigd op de velden komen allemaal van industriële voedselketens’, zo zei hij vorige week tegen onderzoeksplatform The Intercept. ‘In werkelijkheid zijn het de kleinschalige en gediversifieerde landbouwnetwerken die nu het veerkrachtigst blijken.’

 

Consumptiepatroon

 

Het verkorten van de ketens lijkt dus een van de logische oplossingen. Het gesleep met voedsel over de wereld is bovendien toch maar slecht voor het milieu. In het Westen wordt hierop al een voorschot genomen. Nieuwe bezorgdiensten met seizoensgebonden groenten en kazen, worsten en wijnen van de boer om de hoek schieten in heel Europa en de VS als paddenstoelen uit de grond.

‘Het is zeker belangrijk dat ontwikkelingslanden meer investeren in hun eigen landbouw- en voedselsystemen. Maar dat betekent niet dat er op den duur geen geïmporteerd voedsel meer nodig is.

Met kortere voedselketens zou je arme landen ook de mogelijkheid ontnemen om te produceren voor export. De footprint van sperzieboontjes uit Kenia is bovendien niet per se groter dan die van kasgroenten uit het Westland.

Goede handel, kortom, is juist ook een middel om ongelijkheid weg te nemen. Maar, waarschuwt Jongeneel, ‘dan zullen we hier meer voor ons voedsel moeten gaan betalen. Een beter evenwicht zouden we bereiken als we vervuilende industrie met prijsprikkels langzaam uitbannen. Dan wordt duurzaam en eerlijk geproduceerd voedsel vanzelf lonend én betaalbaar.’

Bron: De Volkskrant, lees hier het volledige artikel

 

Maak kennis met onze Raad van Advies, klik verder

 

 

 

 

 

Geschreven door:
Christine Tuch